Recreatieturnen meisjes

Bij het recreatieturnen meisjes wordt onderscheid gemaakt in twee groepen. Onderbouw (groep 3, 4, en 5) en bovenbouw (groep 6, 7 en 8). Bij het meisjesturnen gaan we ons al enigszins specialiseren en we richten ons op de echte turntoestellen. Daarbij maken we gebruik van de verschillende turntoestellen nl. brug, balk, kast / pegasus en lange mat. Maar ook wordt er geoefend met ringen, touwen, trampoline, rekstok, wandrek e.d. We werken met de verschillende bewegingsfamilies binnen het turnen die de basis vormen voor het uitvoeren van alle oefeningen en waarop later voortgeborduurd kan worden als we de basis beheersen. Zo leren we handstand, arabier, overslag, flikflak, losom, (reuzen)zwaai, salto voorover, salto achterover, kip, flanken, balanceren. Het belangrijkste binnen de lessen is veiligheid en verder willen we dat de kinderen iedere les iets leren, dat ze veel arbeid verrichten en vooral plezier beleven aan het sporten.

Bij de meisjes bovenbouw gaan we gewoon verder op de ingeslagen weg en worden de oefeningen moeilijker alsook gecombineerd, op een smaller vlak uitgevoerd, op een hoger toestel of met minder hulp. Ook deze groepen kunnen het geleerde laten zien op de onderlinge wedstrijden en tijdens de  5-kamp.